Conservator aan de Moezel
Die ochtend vlogen er zwarte wouwen boven de tent, ik weet het nog goed. Die dieren vergeet ik niet snel en zijn voor altijd aan deze regio verbonden.
Wat doen we eigenlijk aan de Moezel? Het is tenslotte nog maar drie uurtjes en een scheet van huis, terwijl we toch onderweg zijn naar het fraaie Italië. Het begon bij de volledige losse teugel die ik kreeg bij het plannen van deze reis. Mijn reisgenoot is heel makkelijk, veel is nieuw en wat we samen doen wordt al gauw gezellig en memorabel zonder groots en meeslepend te zijn. Dus ze liet het aan mijn wensen, wervelingen en ervaring over.
Nu heb ik als kind best wat gereisd en als ik het zou kunnen zeggen – achteraf ben ik er mijn ouders dankbaar voor. In mijn jongste vakantiezomers in Italië geweest aan het Lago Maggiore en Lago di Garda. Niet geheel toevallig komen die verderop aan de orde. Maar in mijn tienertijd, tijdens het tweede huwelijk van mijn moeder zijn we met de paasdagen een weekje in de Eiffel geweest en daarvandaan een tocht gemaakt langs de Moezel.
Die week in de Eiffel was echt een avontuur. We kampeerden langs een beekje (wat later in de overlevering de ‘rizzelendebach’ werd genoemd in een platte vertaling) en op het terrein van een boer. Zonder faciliteiten, al geloof ik dat we wel gebruik mochten maken van het buitentoilet van deze boer. Ik herinner me een avond dat we een kampvuur hadden gemaakt. Eerst takken verzameld, dennenappels en wat zwerfhout. Het schemerde al, we hadden gegeten van het campingstel, iets wat in 1 pan kon voor 5 personen. Mijn moeder was niet zo culinair begaafd, maar we hebben nooit honger gehad. Ook die week niet.
Na het eten het vuurtje opgestookt, koffie erbij en mijn stiefvader Aad stak een verhaal af over de ‘witte wieven’. De sliertige geesten die als mistflarden boven sloten hangen en toeslaan op het moment dat je even je adem inhoudt. Net op het moment dat wij met grote ogen luisterden en Aad de suspense nog een tandje opschroefden stond er ineens een krijsend oud wijf achter ons. Ze tierde, wild zwaaiend met haar armen terwijl wij verstard weer opkrabbelden van onze krukjes, druipend van de koffie.
De boer dook achter haar op, pakte haar voorzichtig bij de arm en leidde haar terug naar de boerderij. Ons verbijsterd achterlatend. - Wel een goed verhaal en goede timing van dat mens. Later zouden we erom lachen -
De volgende ochtend bleek dat dat wijffie in de oorlog in een brandende stad had gewoond, het trauma zat tot in haar haarvaten. De boer verontschuldigde zich, maar dat was uiteraard niet nodig. Wat nu PTSS zou heten werd toen door liefdevol door familie opgevangen. Het Duitse volk was ook zwaar getekend door de oorlogsjaren en kreeg daarbij ook nog eens de last van de schuld op de schouders voor generaties lang.
Die ochtend vlogen er zwarte wouwen boven de tent, ik weet het nog goed. Die dieren vergeet ik niet snel en zijn voor altijd aan deze regio verbonden.
Zo gingen we een autorit maken naar Koblenz. Mijn broer met een boekje, mijn zus die vandaag ook alweer 51 is speelde wat en ik zat met mijn neus tegen de koude autoruit. De bomen, de heuvels, een kasteel en daar, die huisjes! Ik voel(de) me soms een soort museum met heel veel lege planken voor mooie dingen, herinneringen, beelden, muziek en momenten die ik wilde bewaren. Niet voor een ander, maar voor mij. Omdat ze me dierbaar zijn en ik nog bijna dagelijks door dat museum zwerf, die ene vleugel weer bezoek van toen en toen en toen… Ik verveel me ook nooit. Soms droom ik even weg, kijk ik een moment in de verte, in een verte en ben ik gewoon even mijn collectie aan het nagaan als een conservator.
De Moezel maakte indruk en de combinatie van een lief landschap, ruwe kantelen, steile wijnakkers en hoge luchten maken samen dat we hier weer terug zijn.
Aad kon eindeloos vertellen over de geschiedenis van een gebied. Niet omdat hij feiten wist, maar hij wist de samenhang van gebeurtenissen. Niet het spektakel, maar het ‘waarom’ en wat er toen gebeurde, hoe dat nu effect heeft op waar we nu zijn. Achteraf denk ik dat hij een nog veel groter museum heeft dan ik.
Dus als we morgen naar Burg Eltz gaan, dan zien we een kasteel met grondvesten uit de Romeinse tijd, met torens uit de 11e eeuw en de aanbouwsels die de kasteelheren in de eeuwen daarna hebben aangevuld. Dan lopen we samen terug in de tijd, met onze verbeeldingskracht als hoofse kinderen of armoedige horigen. Voelen we de stenen die de tijd heeft geslepen en de voeten heeft gekust van duizenden al duizend jaar lang. En als conservator geef ik alles een nieuwe plek in een kabinetje op de derde verdieping. Waar ik het kan terugvinden voor als ik hier even wil zijn, voor nu en voor later.