Afscheid van een dier

Zo ben je meer – en niet meer

​Dan de stilte die je achterlaat

Vandaag was het een afscheid van een poes, een trouw huisdier van Anjo en Thijs. Nadat kater Sjaak recent insliep, was het nu aan Zoë die niet langer kon leven met een gezwel aan haar bek. Ik sta er even bij stil, want ik realiseer me heel goed hoe de zorg en gezelschap van jaren een binding geeft die moeilijk is uit te leggen aan mensen zonder huisdieren.

 Waarom doen we dat onszelf aan eigenlijk? Kennelijk is het plezier met/van zo’n dier groter dan de zorg, de dierenartsrekening en het verdriet van het verlies tezamen. Dat snap ik wel, want onze twee katten zitten nu ook 400 kilometer verderop op een lege bank en dat voelt niet goed. Zij snappen niet waar wij zijn, wat we doen, of we het wel leuk hebben en of we ooit wel terugkomen. Zij zien alleen dat wij er nu niet zijn en dat neef Thijs de bakjes bijvult en ze een knuffel komt geven. Persoonlijk denk ik dat katten echt in het ‘hier en nu’ leven. Zij zijn niet bezig met de boodschappen van morgen, met de vraag of ze buikpijn zouden kunnen krijgen van dat dode muisje, of ze gevaar lopen om een ongeneselijke ziekte op te lopen. Als ze oversteken en die auto is dichterbij dan het leek, rennen ze harder. Voortgestuwd door adrenaline en angst rent hij naar de overkant, leeft gewoon verder zonder zorgen over morgen.

 Zoë had een gezwel in haar bekje, kon niet meer eten, had vast ook wel pijn. Pijn en honger zijn altijd ‘nu’, dat is geen angst voor toekomst of leed om verleden. Het bewijst maar eens dat de complexe gevoelens van mensen ook tot onnodig lijden kan leiden. Katten leven meer in een boeddhistische staat van ZIJN en zijn in die zin veel verder dan wij ooit komen in onze spirituele ontwikkeling.

 Uit het verleden kan ik me nog herinneren hoe we huisdieren zijn verloren. De Golden Retriever met de naam Ringo was in mijn vroege jeugd altijd bij ons. Voor, tijdens en na de scheiding, meeverhuisd naar de dijkwoning waar hij uiteindelijk vredig insliep. Ik weet niet eens meer waaraan, op een gegeven moment was hij er gewoon niet meer. Hoe kan dat, gewoon weg zonder gemist te worden? De Duitse Herder Jelle kan ik me beter herinneren. Hij stierf in de woonkamer naast de kerstboom. Het zal 1986 zijn geweest. Hij ging liggen, ademde steeds ondieper en op een gegeven moment zag ik iets van hem wegzweven. Als een wolkje van zijn laatste adem. Aad heeft hem diezelfde avond begraven in de tuin, in het donker.

 

Zo ben je meer – en niet meer

​Dan de stilte die je achterlaat

Die dichtregels schreef ik eens en ik weet dat mijn vader die regels van waarde vond na het overlijden van zijn derde vrouw Guusje. Je kunt iemand definiëren naar de stilte die hij of zij achterlaat. De mate waarin iemand gemist wordt, de lege plek of dat nu is naast je op de bank, in bed of zoals Zoë op schoot. ‘Zo ben je meer dan de stilte die je achterlaat’ vertelt dat er meer is dan dat, een extra gevoelslaag, een gemis dat groter is dan het gegeven dat iemand er niet meer is. Door de bijzin ‘- en niet meer’ wordt dan juist weer een begrenzing en relativering aangegeven. En dat met de dubbele betekenis dat je er in de meest letterlijke zin ‘niet meer bent’.

Het spelen met taal en betekenis voelt als mijn vorm. Wat Jose kan met fotografie of een ander met een penseel, is voor mij taal. Het is heel eigen en als ik er een ander mee kan bereiken dan is dat een bonus. Mijn eigen binnenpretjes vier ik op mijn zolderkamer, achter de bescherming van mijn brillenglazen.

Vorige
Vorige

Een dag met een wouw-factor

Volgende
Volgende

Schnitzel-land aan de Moezel