De eerste reisdag
Poes Louis kijkt ons na, vanaf het kastje voor ons huis, terwijl de auto geruisloos wegglijdt uit de straat.
Poes Louis kijkt ons na, vanaf het kastje voor ons huis, terwijl de auto geruisloos wegglijdt uit de straat. Ja, we hebben inmiddels een fluisterauto, dat is een heel verhaal op zich.
Het begon met koude handen en mijn vraag aan de meneer van de garage of mijn stuur ook een verwarmingselement kan hebben. De leenauto die ik een paar dagen mocht rijden had deze luxe en, dat is het met luxe: soms is er geen weg meer terug…
“Nee, deze kunnen ‘after market’ niet worden geleverd.” Hmm, dat is jammer, want deze beta-blocker-boy heeft altijd koude jatten. Zeker in de auto! Terwijl ik stond te wachten om mijn leenauto weer terug te kunnen geven, zag ik in de verte Karan, de verkoper die mij de zwarte V90 T4 had verkocht in 2023. Dat was oprecht een hele blije dag en altijd als we elkaar zien maak ik even een praatje. “Hai, ik kom een auto kopen bij je, want ik heb koude handen” grapte ik. Hij reageert begripvol en beweegt mee: “Nee, dat kan inderdaad niet in de T4, maar mocht je iets anders overwegen, dan krijg ik wel iets heel speciaals binnen.” We werden nieuwsgierig. Hij liet een afbeelding zien van een blauwgrijze plug in hybride Volvo V90 T8. Die komt uit de vloot van het koningshuis (dus moest van een AA-kenteken naar een nieuw rugnummer). Deze is wat nieuwer, wel wat meer kilometers, maar met alle toeters, bellen, strikjes en extravaganza die je kunt bedenken. Kansloos: Hook – Line – Sinker
Nog geen 4 dagen later reden we de showroom uit met deze blauwbloed en mijn hemeltje, wat een auto. Het voelt aan alle kanten vertrouwd, alleen het sportieve pak heeft plaatsgemaakt voor een ‘black tie avondjurk’ en ligt er, goed verstopt onder het chique uiterlijk, een beest van een motor verscholen met 435 PK. Die paardjes worden heus niet allemaal tegelijk ingespannen, maar als je em een kick geeft, dan krijg je een acceleratie waar je wit van wegtrekt. La Dolce Volvo…
Maar niet vanochtend, in fluisterstand gingen we even na 10 uur op pad. Van alle dingen is het toch altijd lastig om de poesjes achter te laten. Van de weeromstuit waren we vergeten de laatste vuilniszak eruit te halen, het hoofdkussen mee te nemen, de tennisrackets en dingen waar we nog niet achter zijn. Maar het maakt niet meer uit, want via Venlo verlaten we ons landje en zoeven over de autobahn naar het Zuid Oosten.
Onderweg nog wel even staan klootviolen met de laadstekker. We kunnen zonder elektra, maar ik wilde toch even proberen hoe dat werkt. Zo moeilijk kan dat toch niet zijn: plug in en klaar. We stonden echt als twee boomers met een snoer en pasje en nog eens om dat ding heenlopen, maar de stekkers leken niet te passen en ook met het snoer ertussen werd het geen succes. Mijn lief heeft aanmerkelijk meer geduld met dit soort dingen, maar op een gegeven moment was het voor haar ook wel klaar. We gaan dan maar even verder op fossiel, sorry wereld.
Wel nog even een goede lunch gescoord bij La Place in Venray en zo kwamen we na een mooie rit aan bij de Moezel.
Het hotel is een heerlijk pretentieloos familiehotel met grondvesten ergens in de zestiger jaren. Houten deuren met echte sleutels, stenen trappen, robuust interieur. Bestierd door twee zussen die zichtbaar hard moeten werken om de toko rendabel te houden. Het decor is net op het kantelpunt tussen authentiek en gedateerd, maar het is schoon, de kamer is ruim en we hebben een balkon wat uitkijkt op de rivier en de bergen. In de verte een kerkje en wat huisjes, het is net een Märklin treinbaan.
Je ziet dat het interieur wel aandacht heeft gehad, maar weinig munten verkwist. Kosteneffectief beheer zie je dan weer minder terug in de royale stortdouche waar mijn wederhelft net stralend onder vandaan komt.
We hebben gegeten in de gelagkamer, waar gezellige huiselijke zitbanken de sfeer wel helemaal omvatten. Er is maar 1 menu met alleen variatie van drie verschillende hoofdgerechten. Heerlijk soepje, salade uit een jampot en dan een lel van een cordon bleu. Die laatste had weinig finesse, maar was een eerlijke brok gulheid met een overdaad aan calorieën en goedbedoelde aardappels. Ik stel me zo voor dat de wijnboer die 14 uur op zijn steile heuvels in druiven heeft staan snoeien, hier weer helemaal mee zou zijn afgetopt. Voor ons moderne reizigers met herstellend darmlandschap was het een tikkie rijk, maar we vonden het te lekker om het niet tot de laatste kruimel op te eten. Morgen rauwkost en sla met een droge boterham ter compensatie. Nu leggen we een Duits bodempje onder ons verhaal. Dan gaan we naar Burg Eltz en langs de Moezel naar Trier. Dat is het plan!