Schnitzel-land aan de Moezel

Dit is zo’n plek: stilte, historie, natuur en even je hand vasthouden.

Vanochtend lekker vroeg op, we zaten om 08:00 uur gewassen en gestreken aan het ontbijt. De ontbijtzaal is ruim, zeer compleet ontbijtbuffet met vers fruit, yoghurt, warme broodjes en koffie die opvallend goed in de smaak valt. Op de achtergrond rustige pianomuziek, gedempte stemmen en wat gerinkel uit de keuken.

Die nacht was rustig en onrustig. Als er even geen verkeer is, is het echt stil. Een uiltje in de verte en wat getjoek van een van de vele riviercruises die langs-tuffen met een paar honderd grijze bolletjes. Tot een auto voorbijkomt; die raast op 100 meter van de open balkondeur voorbij met een rotgang. Dat klinkt alsof hij langs je voeteneind scheurt. Het went.

Maar alle fragmenten opgeteld hebben we best prima geslapen. Dan is het lekker om lekker assertief aan de dag te beginnen.

 Onderweg naar Burg Eltz draaien we van de rivier weg en stijgen we met 15% tot we rondom de horizon weer zien. Bij het kasteel aangekomen valt onze mond open: wat een prachtig kasteel uit de vroege middeleeuwen in complete staat en goed onderhouden. Het is op een top gebouwd, maar in een vallei tussen veel hogere bergen. De mist gaat naadloos over in de laaghangende bewolking en het grijze licht geeft iets melancholieks aan het geheel.

We kopen een kaartje en we lopen over versleten trappen het kasteel binnen. Het is een eclectisch geheel van stijlen en tijdperken, waarbij functioneel verdedigingswerk en praal hand in hand gaan.

Via een kleine doorgang komen we in een ruimte waar oud servies, zilverwerk en wapens tentoongesteld zijn. Prachtige religieuze beelden, ivoorwerk en kandelaars die aan een koningstafel niet zouden misstaan.

Echter, de rest van het kasteel kan alleen met een rondleiding worden bezichtigd. En het idee om in de ganzenpas met een groep de nauwe trappen op te gaan tot 9 hoog, trekt ons gek genoeg niet zo. We besluiten buitenlangs het kasteel te bewonderen en nemen een pad wat naar beneden leidt en uitkomt bij een snelstromende beek. Dit is zo’n plek: stilte, historie, natuur en even je hand vasthouden.

 We vinden de auto terug en gaan verder richting Trier, de oudste stad van Duitsland. Dat leek heel simpel, want je volgt gewoon de Moezel, maar in de praktijk is dat een meanderende rivier die de afstand drie keer zo groot maakt. Daarbij zwermt het van de campers die op halve snelheid van het uitzicht genieten, dorpjes met rotondes en wijnboeren met trekkers. Inhalen doet onze Zweedse schone graag, maar mijn copiloot vindt het maar niets. Het hoeft ook niet natuurlijk… We hebben geen haast, maar willen wel voor het donker in Trier zijn. Dat lukt ruimschoots.

We lunchen riant in de schaduw van de Porta Nigra, de zwarte poort uit de Romeinse tijd.  

Het was even zoeken naar een restaurant zonder burgers en schnitzels, want dat lijkt hier wel echt het hoofdbestanddeel van de menukaart. Overal schnitzels, het wordt tijd dat we richting Italië gaan. Hier een lekkere Stroganoff en een pasta ‘surf & turf’ voor mijn tafeldame. Goed te nassen en altijd heel gezellig samen.

Verderop in de stad een prachtige oude Dom, opgetrokken uit grote stukken zandsteen en verder met weinig opsmuk, behalve een orgel dat zo uit een ruimteschip lijkt te zijn gesloopt. Trier heeft een charmant plein, met schaduw van linden, een man met zeepbellen en dansers op straat. Ineens lijkt het wel of succesformules uit andere grote steden hier ook hun intrede hebben gedaan: piratensnoepwinkels, Nutella, badeendjes in de etalage en C&A aan de gevel. Dan zien we dat achter dit gerestaureerde pleintje alles nog in de na-oorlogse staat is. Sinds de geallieerden de stad in puin hebben gegooid is er in een lelijk tempo herbouwd en niet altijd met gevoel voor esthetiek.

We hebben toch meer behoefte aan oorspronkelijke schoonheid en gaan definitief de schnitzels achter ons laten voor het Italiaanse hooggebergte met roofvogels en ruimte.

Met een paar broodjes met lokale kaas en bosbessenjam vieren we het diner op bed. Zo veel hebben we niet nodig, alleen een kopje koffie die de jongeman met liefde meegaf voor op de kamer. Het is hier een fijne, gastvrije plek.

 Morgen gaan we weer lekker vroeg uit de veren en mijn echtgenote vroeg zich af waar “ongeveer het Zwarte Woud was” Dat wist ik ook niet, maar met een korte blik op de kaart kwam ik erachter dat we prima door het Zwarte Woud kunnen afzakken naar de meren in Beieren. Pikken we dat ook nog even mee, we zijn er nu toch!

Vorige
Vorige

Afscheid van een dier

Volgende
Volgende

Conservator aan de Moezel