IJsduikers en Parelduikers
De parels die jaren nodig hebben gehad om te groeien zijn nu voor ons, om van te genieten. Niet om te rijgen, maar om te laten rollen op je open hand
Faeröer Eilanden zijn betoverend en betoverd. Het landschap is onwerkelijk puur en ruig en de eilanden lijken van een afstand een grillige groep begroeide basaltblokken. Steevast gehuld in mist en regenwolken die te pas en te onpas uit het niets lijken op te doemen. Dat maakt wel dat de steile rotsen worden afgewisseld met sappige groene glooiingen van voedzaam gras, boterbloemen en gele dotters. Overal waar je kijkt stroomt water, tussen de eilanden, in riviertjes, stroompjes, en watervallen. Het klimaat was opvallend zacht in vergelijking met IJsland, waar er soms venijnige ijskristallen in de wind verstopt leken. Hier is alles zoet en zacht als lenteregen. En we zagen zelfs even de zon, dus dat wierp ook weer even een heel ander licht op de eilanden.
We hebben een kekke huurauto, een VW Taigo. Sleutel gewoon in de auto, geparkeerd op 30 meter van de boot. Dit keer heeft AI voor ons een route uitgestippeld. Ik heb een aantal wensen, beschikbare tijd en randvoorwaarden ingevuld en we kregen een prachtige route met vier stops aangeboden via Google. Nice! Het eerste stukje was naar Gjogv, een klein schilderachtig dorpje aan zee op de uiterste punt van een van de eilanden. Een prachtige rit, schaapjes op de weg, schitterende vergezichten en stoere bergweggetjes. Bochtjes maken op smalle wegen; ik leef ervoor!
Het plaatsje zelf is een verzameling van kleurrijke nonchalant geplaatste huisjes met een adembenemende beek vol Dotterbloemen. Aan de rand is er een soort kloof die je aan weerszijden kunt beklimmen en waar Papegaaiduikers zouden broeden. Die waren niet thuis, maar we zagen overal nestelende Noordse Stormvogels en lieten ons verleiden de steile overzijde te beklimmen. Dat was een hele tocht met een hoogteverschil van een paar honderd meter. We zijn echt in zo veel betere conditie dan ooit! Dat hebben we dan wel gevierd met wafels (met rabarbersiroop!) en thee.
Het uitzicht was prachtig, Jan van Genten, Zwarte Zeekoet en een enkel Papegaaiduikertje.
Onderweg zagen we al Bonte Kraaien, Kleine Jager, de Grijszwarte neef van onze kraai, Tapuiten en heel veel Spreeuwen. Die hebben de eilanden echt geannexeerd.
Daarna naar de Fossa waterval. Die hebben ze handig naast de doorgaande weg gesitueerd, waardoor we geen lange hike hoefden te maken. Een klaterend succes in twee niveaus!
De derde stop was Tjørnuvik, eveneens aan het einde van wereld en aan het begin van de eindeloze zee. In die zee staan twee enorme natuurlijke pijlers. Nou ja, natuurlijk…eigenlijk bovennatuurlijk. Het zijn de Reus en de Heks. Zoals het verhaal gaat wilden zij de eilanden en IJsland naar elkaar wilden toetrekken. Dat lukte niet met toverspreuken, niet met brute kracht en toen ‘s morgens de zon opkwam veranderen ze allebei in steen. In de loop van de tijd zijn daar stukken vanaf gebroken en de twee zuilen zijn de laatste overblijfselen. Als je hier een poosje bent, klinkt het niet eens onwaarschijnlijk.
We lopen even rond in het plaatsje waar het in de winter oorverdovend stil moet zijn. Aan drie kanten wordt Tjørnuvik omsloten door hoge bergen en dan is daar de zee met een natuurlijke baai. Die baai is regelmatig het toneel van de traditionele bruinvissenjacht, waarbij ze de dieren laten stranden en met messen doodsteken. Folklore is niet altijd gelijk aan beschaving.
Nu zwemmen in deze baai Duikers rond waarbij de vraag opnieuw is: Parelduiker of IJsduiker? We zagen al eerder vandaag een volwassen IJsduiker in prachtkleed; volledig uitgekleurd in zwart, grijs en wit en prachtige witte vlekken. De kenmerkende hoekige kop gaf de doorslag: 100% IJsduiker. Dat is een ‘Lifer’ voor mij, een wat ongelukkige samentrekking van ‘first time in my life’. Maar ja, vogelaars zijn rare mensen.
De IJsduikers in de baai zijn in winterkleed en zijn dus waarschijnlijk jong (1e of 2e jaars). Maar een ervan maakt al heel volwassen balts-bewegingen, al heeft de ander met een ‘what-ever-blik’ en lijkt niet zo onder de indruk. Het levert wel echt hele mooie foto’s op!
Verder zwemmen er Alken, Kuifaalscholvers, Zeekoeten en scharrelen er Scholeksters op het strand. Overal hoor je Wulpen, die wij alleen maar in de trektijd zien. Wat een heerlijk geluid!
Onze laatste stop is in Saksun. De route ernaartoe is een te smal asfaltlint die zich slingert door een stukje laagland met veel weelderig gras en overal stroompjes en watervallen. Het is net Lord Of The Rings hier: Soms de vlakten van Rohan, het liefelijke van The Shire, The Misty Mountains en het betoverende van Rivendel.
Het plaatsje zelf is idyllisch met een lief kerkje met grasdak en een pad wat zo de lagune inloopt. Vooruit dan maar, morgen hebben we een zeedag en kunnen we de hele dag met de voetjes in een teiltje warme soda. We gaan de 11.000 stapjes weer aantikken en worden getrakteerd op een beeldschoon uitzicht in de beslotenheid van de lagune. De winterkoning zingt zijn lied en brengt zijn vrouwtje een lekkernij. Ik voel verwantschap.
Uiteindelijk zien we de Parelduiker niet, maar, is dat erg? Is het niet zo dat we zelf de parelduikers zijn? We steken er effort in, duiken soms even diep, maar komen echt met mooie dingen bovenwater. De parels die jaren nodig hebben gehad om te groeien zijn nu voor ons, om van te genieten. Niet om te rijgen, maar om te laten rollen op je open hand.