Het zoet van Toscane

We genieten ervan om echt leuke aandenkens mee te nemen die origineel zijn en altijd een ingebouwd ‘tijdreisje’ in zich hebben. Een uniek item kan je zo weer terugbrengen naar dat ene moment, in dat stadje toen en toen…

Vanochtend lekker bijtijds opgestaan. In mijn geval vraagt dat een wekker, in het geval van mijn bedgenote is dat eenvoudiger; zij slaapt nauwelijks. Het bed helpt niet, een snurkende man helpt niet, maar even los van dat: slapen is niet een van haar kerncompetenties. Van mij wel, ik kan overal en altijd mijn ogen dichtdoen en dan ben ik vertrokken. Soms is 5 minuten genoeg ‘om het randje er een beetje af te halen’. Mijn lievelingsminstreel Spinvis zingt: “begin de dag met tequila, dan is het randje er een beetje af en doet het niet meteen zo zeer…” Ik heb er geen drank voor nodig, alleen een onbewaakt ogenblik en een rustplek voor mijn bol.

Maar ik dwaal af. Ontbijt op bed, koffie erin en de hele meuk in de auto. We hebben echt veel bij ons, toch zaten we om 09:15 uur in de auto onderweg naar Pienza.

 Pienza is het ‘ideale stadje’ is het geboortedorp van Paus Pius II en werd in zijn opdracht in 1459 volledig opnieuw vormgegeven en door een en dezelfde architect. In drie jaar tijd ontwierp hij het stratenplan, de huizen, maar vooral de kathedraal (de Duomo), het pauselijk paleis, een tweede paleis en het stadhuis. Alles in volle glorie in de renaissancestijl.  

We worden hartelijk ontvangen op het terras voor een kop koffie en een muffin. Het voelt direct heel fijn dit plaatsje. We slenteren door de straatjes en bekijken de kerkjes en winkeltjes. Geen Nutella-shops, geen ketens van wat dan ook. Kleine zelfstandigen die vanuit een winkel van 5 tot 9 vierkante meter worst, wijn, kleding, handgemaakte souvenirs en kaas verkopen. Pienza is de stad van de Pecorino-kaas. Een harde geitenkaas die wij vooral kennen om te raspen over de pasta. Maar hij wordt hier juist ook aanbevolen in zachte vorm. Die nemen we mee voor ‘s avonds op brood. Verder kopen we een hele kaas voor thuis, worst voor neef Thijs en uiteraard olijfolie uit de streek. Dat doen we overal, we hebben inmiddels een jaarvoorraad in de auto.

Overal gezellige restaurantjes, vaak met de term ‘pizzeria’ op de luifel, maar nergens is deze gedecoreerde deegschijf te vinden. We ‘settelen’ voor een chic restaurant met een geweldig uitzicht over de vallei. Tafellinnen, keurige bediening, een prikkelende kaart en heerlijke wijn. We laten ons opnieuw verleiden om een glas lokale witte wijn te drinken bij de lunch. Telkens zeggen we tegen elkaar: “we doen het niet”. Om onszelf later die dag in koor tegen te spreken “nou eentje dan…”

We krijgen vooraf drie soorten zelfgebakken brood, waarvan degene met pecorino en parmaham wel echt de show steelt. Fantastische olijfolie doet wonderen, voor de smaak en voor het binnenwerk. We delen samen een salade met walnoten, venkel, sinaasappel en ijsbergsla. Scheutje balsamico erbij - staat hier altijd op tafel.

Als hoofdgerecht voor mijn disgenote is een pasta met bietjes en blauwe kaas. Het zijn reuze fusilli die heel glossy liggen te stralen in de middagzon. Ik heb een bordje met Sirloin (sorry wereld) met een paar stukjes aardappeltaart en pecorino saus. Het is smullen.

Dat maakt ons nieuwsgierig naar de ‘dolci’ op de kaart. We kiezen een creatie van walnoten crème en kastanje mousse met heerlijke verse vijgen. We hebben echt hemels gegeten op misschien wel de mooiste locatie ooit. Het zoet van Toscane.

Op de terugweg gaan we een handwerk-winkeltje in waar een vrouw prachtige kerstboompjes van keramiek heeft gemaakt. Die gaan mee, evenals een tafelkleed en kerstige kleedjes. We genieten ervan om echt leuke aandenkens mee te nemen die origineel zijn en altijd een ingebouwd ‘tijdreisje’ in zich hebben. Een uniek item kan je zo weer terugbrengen naar dat ene moment, in dat stadje toen en toen…

 Ondertussen zijn we via app in contact met onze volgende B&B-baas. Marie Francesca maakt dat we ons op voorhand heel welkom voelen in Cinque Terre. Het is nog een paar uurtjes rijden en we zouden haar op de hoogte houden van onze aankomst. Ze woont hier niet in dit pand, dus we kunnen niet te laat aankomen.

 Onderweg zoeven we over de Italiaanse tolwegen. Het blijft een wonderlijk ontwerp, dit wegennet. Op de meest onmogelijke manieren maken ze lussen op het moment dat je een afslag of een ‘klaverblad’ zou verwachten. Het is dus goed opletten. We worden onderweg zowat van de weg gereden door een onervaren chauffeur die met 150 km/h rechts inhaalt en haast de Audi voor ons raakt. Het aantal idioten op de weg kan ik niet meer op twee handen tellen, al raakt mijn hartslag daar niet boven de 70. Maar op dit moment moet ik toch vrijelijk associëren met de grote P op zijn auto. Die staat voor ‘principiante’ (beginner), maar opvallend veel dier-lichaamsdeel-combinaties beginnen met een P.

Ik koop onderweg nog een stuk bruinbrood en oploskoffie en we arriveren via een supersmal weggetje bij de B&B. We zien een wild zwijn langs de weg die haastig de struiken opzoekt. Dit levert volgens Mirko (de man van Marie) 1 punt op. Vossen en herten hebben ook respectievelijk 2 en 5 punten en zo wordt er een scorebord bijgehouden, grapt hij.

Hij vertelt over het gebouw dat sinds 1700 bewoond is, hoe de Duitsers hier in het dal hebben gezeten en het pand na de oorlog in verval is geraakt. Het is door ‘Angio’ herbouwd en als B&B gestart, na een paar jaar succesvol overgenomen door Mirko en Maria.

De kamer is alles wat je van een Agriturismo verwacht: sober, ruim, rustiek en schoon. We gooien de ramen open, de wantsen naar buiten en smeren ons brood. Dikke plakken pecorino maken de dag compleet. Volmaakt.    

Vorige
Vorige

Cinque Terre vanuit een ander perspectief

Volgende
Volgende

Het geschenk van Toscane