Een dag met een wouw-factor

Het glooiende land van Beieren is weelderig en gul glooiend. Alles voelt goed doorvoed en fijn verzorgd in dit gebied. Dan doemen de Alpen op in de verte. Die hebben een wat dreigend effect op deze liefelijkheid

Vandaag was een ‘reisdag’, maar niet zomaar eentje. Het was geen race waarbij we meer dan 1000 kilometers wilde vreten, maar we kozen bewust voor een langere route door het Zwarte Woud. En dat was een mooi feestje!

 De nacht was onrustig, een filmploeg was neergestreken na een draaidag en maakte er een feestje van. Dat wil zeggen: rond 10 uur werden ze de bar uitgezet en verzocht naar de kamer te gaan en ‘rekening te houden met de andere gasten’. Dat verliep anders, want luide stemmen, gestamp op de gang, deuren slaan en het gerinkel van flessen deed vermoeden dat ze iets te vieren hadden tot diep in de nacht. Vanaf het moment dat ik sliep, heb ik verder niets meegekregen van al het gedoe, maar mijn lief slaapt veel te licht voor dit soort toestanden. Dus los van het verkeer, de trein en de scheepvaart was er nu een nieuwe bron van decibellen en daarmee officieel een hotel dat te veel lawaai maakt voor ons. De uitbaatster begreep het, maar kon er de ochtend erna ook niet veel meer aan doen uiteraard.

Met een ontbijtje achter de knopen konden we op pad. Via een fraaie slingerweg richting het Zuiden troffen we een vos aan die de weg overstak. We gingen in fluistermodus en rolde de auto tot vlakbij. De vos leek zich er weinig van aan te trekken en glom koperrood in de het lage tegenlicht. Prachtig dier, dierbaar moment.

Stukjes snelweg en secundair wisselde zich af en we konden zowel genieten van een geruisloos zoeven over de autobahn om vervolgens achter een trekker het landschap te bewonderen dat met 30km per uur voorbijtrok.

Rond de lunch hadden we ‘hoge nood’ en mijn navigator had een berghut met uitkijk gevonden op 3,1 kilometer. Alleen, de verkeersborden vertelde ons dat het alleen voor landbouwvoertuigen was. Maar ja, Google vertelde ons dat we hier echt moesten zijn… Dus we hebben het smalle pad maar gevolgd tot de hut.

De man achter de bar was niet blij en legde ons uit dat we hier helemaal mochten komen met de auto. Dat wist ik eigenlijk wel, maar het was een hele klim te voet en als je nodig moet plassen is dat geen moment voor fysieke uitspattingen. Typisch geval van ingecalculeerd vergiffenis vragen.

We kregen (toch) koffie en bestelde Kaiserschmarrn. Dat bleken twee enorme borden te zijn, die we uiteraard niet helemaal op kregen. We hebben het met de waard afgekust;met een dikke tip en een schuldbewust vriendelijk gesprek kom je al een heel eind.

Vanaf dat punt zagen we overal zwarte en vooral rode wouwen. Vaak samen, soms in groepen tot een stuk of acht en regelmatig met een stel geïrriteerde kraaien eromheen. Het zijn zulke mooie dieren, mogelijk zelfs de fraaiste roofvogel van West Europa. Gevorkte, kaneelrode staart, sierlijke lange vleugels met zwarte en witte vlekken en een lichtgrijze kop met spiedende ogen. De 100-500mm lens wist ze redelijk te vangen in de vaardige handen van mijn lief.

Op verschillende plekken raven, de vogelaarsvrouw zag nog een waterspreeuw en we zagen vooral heel veel mooie landschappen. Het Zwarte Woud is prachtig, daar wil ik zeker nog een keertje naar terug. Dan de rit langs de Bodensee richting de zachte onderbuik van Duitsland. Het glooiende land van Beieren is weelderig en gul glooiend. Alles voelt goed doorvoed en fijn verzorgd in dit gebied. Dan doemen de Alpen op in de verte. Die hebben een wat dreigend effect op deze lieflijkheid. Fotograaf J wist het al rijdend vast te leggen. De moderne Canon R6 II heeft nog niet echt een vliegende start gemaakt, maar het vermoeden is dat dat in Italië ruimschoots goed gemaakt gaat worden.

Op een bepaalde manier word ik altijd een tikkie nerveus van het hooggebergte. Ik weet niet of het met hoogtevrees te maken heeft, ik denk het niet. Het is eerder de grootsheid ervan die mij klein doet voelen. Kwetsbaar en nietig. Toch trekt het me als een magneet!

Dat was ook nog wel een leuk moment. We stopten even bij een supermarkt voor wat broodjes en rauwkost. Op de parkeerplaats even gebeld met ons beoogde Agri Turismo in de Dolomieten. “Pronto?” Nee, ze sprak geen Engels, wel Duits. Nee, ze had de mail nog niet gelezen, maar we konden komen. Nee, ze maakte geen avondeten, maar ontbijt was er wel. Gewoon een lekker hoekig gesprekje met iemand die ik niet ken, maar waarvan ik nu al weet dat ik daar een fijn plekje ga vinden morgen.

Dat hebben we hier ook trouwens. We zijn nu in Schwangau, pas aan de Oostenrijkse grens. Er staan hier een paar geweldige kastelen, die ik vanaf de buitenkant wil zien. De binnenkant mag alleen met strak geleide excursies en daar doen we het niet zo goed op.

Ons plekje voor de nacht is wel helemaal fijn. We slapen in de Alpen Rose, een appartement wat ruim is met 4 losse vertrekken: een ruime badkamer, Keuken/eetkamer, zitkamer en een aparte slaapkamer. Volledig ingericht en gezellig voor net even 100 euro, op loopafstand van de twee kastelen. Eigenaresse Ingrid ontvangt ons vriendelijk en we voelen ons direct thuis. Broodjes smeren, kopjes koffie, voetjes op de bank. We hebben het heel erg getroffen!

Vorige
Vorige

En dan is daar Italië

Volgende
Volgende

Afscheid van een dier