En dan is daar Italië
Daar komen de bergen echt schuifelend op je af tot ze je omringen als stoïcijnse reuzen. Voor mij zijn het geen geologische rimpelingen in de aardkorst, maar entiteiten die daar met een hele grote hand zijn neergezet.
Vanochtend in de mist vertrokken naar een nieuw avontuur. Uitbaatster Ingrid deed ons vrolijk uitgeleide met een levendig verhaal over de winters met sneeuw. Ze heeft echt een hele fijne plek gemaakt daar in Schwangau en als we de kans krijgen, komen we graag eens terug in de Alpenrose.
Het plan was om naar de kastelen Neuschwangau en Hohenschwangau te gaan. Dat leek een heel goed plan, tot bleek dat ze alleen begeleide excursies hebben en bussen met Aziaten al voor de opening in de rij stonden. Het kasteel Hohenschwangau hebben we nog vast kunnen leggen in de mist, maar dit is niet onze manier van een kasteel bezoeken. Ik zie dan liever een afgetakelde ruïne waar ik zelf mijn verbeeldingskracht een beetje aan het werk kan zetten, dan de Disneyficatie van een Duits kasteel.
Dus we piepten de grens over en stonden zo maar ineens in de Oostenrijkse Alpen. Daar komen de bergen echt schuifelend op je af tot ze je omringen als stoïcijnse reuzen. Voor mij zijn het geen geologische rimpelingen in de aardkorst, maar entiteiten die daar met een hele grote hand zijn neergezet.
We zien rechts een kasteel op een bergtop en dan komen de woorden van mijn goede vriend Arjan weer in me op. Iets met een hele lange voetgangers-hangbrug tussen twee kastelen bij de Fern pas. Dat is dus hier. Ik geef mijn stuur een slinger en we staan onder deze loopbrug waarvan mijn maag al salto’s maakt als ik naar boven kijk. En daar lopen gewoon doodleuk mensen over, omdat …omdat het kan. Maar ik snap eenieder die daar de uitdaging in ziet en mocht die zich geroepen voelen hier de oversteek te maken: ik blijf beneden ;-)
Oostenrijk is prachtig. Dat is een land waar ik ook meer van zou willen proeven. Nu rossen we erdoorheen onderweg naar de Brennerpas, maar ik zou hier makkelijk een paar weken kunnen vertoeven.
We stoppen onderweg voor een plas en een kop koffie met uitzicht op de Zugspitze. Het is adembenemend mooi en de dame in Dirndl maakt het plaatje compleet.
Die beroemde Brennerpas is een praktisch stuk asfalt in revisie, maar komt niet in de buurt van de pas die Henk Wijngaard zo poëtisch bezong, of het beeld dat ik in mijn hoofd had. Ik had echt het beeld van een pas die je slingerend beklimt en dan ontsluit zich het land Italië zoals Hannibal dat voor zich zag... Niet dus: zwaar overschat dat ding, we laten het achter ons maar dan ligt Italië aan onze voeten.
We draaien de tolweg af richting het Oosten. De wegen worden smaller met altijd een snelstromende rivier naast ons. Tijd voor een lunch in een wegrestaurant. Dat is niet de ‘AC-ervaring’ zoals wij dat in Nederland kennen. We kiezen twee keer spaghetti en daar zit dan een drankje bij, een bakje verse salade die we zelf uitkiezen, vers brood en ter plaatse koken ze de paste al dente. Binnen 5 minuten op tafel met een vriendelijke lach en een lederhose. We zijn uit en thuis voor 30 euro en hebben gezond en vers gegeten en bovenal heel erg lekker. Zo kan het dus ook.
De weg naar onze B&B is wat spannender dan het leek. We wisten dat het aan het einde van het dal was, maar de weg werd brokkelig en smal. Na ontelbare bochten en bruggetjes stonden voor een schetig chalet met petunia’s bij de voordeur. Direct 4 katten rond onze benen, maar geen mens te zien. Eerst maar even wat boodschapjes gedaan (bochtjes, bruggetjes) en bij terugkomst via bochtjes en bruggetjes nog steeds niemand. Tot een tandeloze man op een trekker druk gebaarde dat de patrone in de tuin bezig was. Ze lijkt wel wat op Pomona Stronk van Harry Potter; kort en stevig, goedlachs en met doordringende pretogen. Ze zwaait met haar vieze handen en gebaart dat ze even geen handen kan schudden.
Maar even later wil Monica met plezier bordjes en bekers lenen zodat wij een broodje op de kamer kunnen smeren. Dat mag ook beneden, maar we zitten lekker daarboven met uitzicht op een schitterende berg en de ondergaande zon.
Dit is wel echt een unieke plek. Het is volledig stil, geen verkeer, geen mensen en geen gedoe. We kunnen morgen vanaf 8 uur ontbijten en dan gaan we lekker op pad. Een van de dingen die ik graag wil zien is Lago di Braijes. Een prachtig meer waar een pad omheen loopt. Het is hier hemelsbreed maar 11 kilometer vandaan, maar het is ruim een uur rijden. Het is precies aan de andere kant van de berg waar we hier tegenaan kijken. Verder zou ik Paseo Gardena graag rijden en nog een paar van die landmarks in de Dolomieten.
Kortom, we gaan hier lekker een paar dagen genieten van de berglucht, de zorgen van Monica en vooral van elkaar!