Het geheim van Toscane
Om met de woorden van Robert Langdon te spreken: “Tuscany is a gift … that I have yet to receive”.
Om met de woorden van Robert Langdon te spreken: “Tuscany is a gift … that I have yet to receive”. Nu sprak hij deze woorden over ‘faith’ in gesprek met de camerlengo, maar toch moest ik er vandaag even aan denken.
Toscane is in alle reisgidsen, liedjes en internetpagina’s de regio met het meeste lof. Wij hebben er nog niet helemaal de vingers achter kunnen krijgen.
Gisteravond zaten we een beetje na te zoemen van de dag en we merkten dat we allebei niet helemaal op ons plekje zijn. Het appartement is fraai, maar het mist natuurlijk licht (met een overdaad aan elektrisch licht) en ruimte. Het is nogal minimalistisch, maar dat is een kwestie van smaak. Gezellig is anders. Overall een beetje meh en we zijn nog niet zo thuis als we eerder waren. Normaal gesproken hebben we daar alleen elkaar voor nodig, nu lopen we met licht opgetrokken schouders.
Het ontbijt was prima, vooral veel taart en cake, zouteloos brood en goede koffie.
Het plan is om naar een natuurgebied te rijden en dat lijkt maar 25 minuten verderop te zijn. Daarbij stuitten we op een dorpje aan zee : Talamone. Een heerlijk slaapdorpje met een jachthaven en een oud fort. We maken een fijne wandeling, mooie foto’s en zijn opgewekt over deze dag. Daarna wilden we ‘even’ naar het schiereiland eronder; Monte Argentario. Dat bleek veel verder weg dan het leek en we raakten verstrikt in de tralala van een jachthaven met scooters, midlife-mannen op slippers en dwalende dames met een telefoon tegen hun kin. Niet onze scene.
Verder blijkt het eiland vooral smalle wegen te hebben die uiteindelijk nergens naartoe gaan. We stellen opnieuw het natuurgebied in en dat blijkt een geheel ander kant op te zijn. Mijn kaaklijn begint venijnige trekjes te vertonen en ik ben naarstig opzoek naar mijn ‘Zen’. Toscane heeft als een vorm van behoud van toerisme een pact gesloten met de digitale kaartenmakers, het is een labyrint waar we via de routeplanner nooit meer uitkomen. Een stukje klantenbinding heet dat.
Verder hebben de civiele engineers hier weinig ruimtelijk inzicht, of ze hebben onder invloed van te veel Grappa voor de gein verschillende rotondes tegen elkaar aan geplaats. Het is af en toe net asfalt-spaghetti. Dat is nog niet erg, als je dan maar komt waar je wezen wil. Op een gegeven moment zien we het natuurgebied recht voor ons liggen, maar de weg erlangs komt alleen maar uit op de snelweg. Als we daar eindelijk weer vanaf kunnen leidt de weg via een U-bocht weer de snelweg op de andere kan op. Het gebied is simpelweg niet bereikbaar. Het is kloten van de bok.
Nu hadden we al gelezen dat je dat natuurgebied alleen in het weekend in kan (!), maar dan alleen als die datum deelbaar is door klaver 4 en op een oneven postcode uitkomt. En met een gids, en als je geregistreerd bent, en op tweede paasdag geboren bent. Maar we komen er niet eens bij in de buurt, dus laat maar zitten.
Ik heb er op z’n Rotterdams ‘knap de teerrring in’. En we moeten plassen, dus laat ze de hik krijgen met hun schijtnatuur!
We gaan Albinia in, wat een verzameling steen-geworden treurnis is. Gesloten restaurants, bars met plastic stoelen en een verlaten plein. We hadden tegen beter weten in een bordje ‘Pizzeria’ gevolgd, terwijl we inmiddels ook wel hebben geleerd dat dat betekent dat ze bij een pizzeria GEEN pizza hebben. Misschien is dat het wel; Toscane belooft veel, maar zijn onze verwachtingen te hoog? Of zitten we gewoon in het verkeerde verhaal?
O wonder, o toeval blijkt dat zaakje wel te bestaan (600 meter vederop) en het is wonderwel open. Het terras zit vol met ratelende Italianen en dat is meestal een goed teken. Nu zit mijn irritatiegraad nog ver beneden NAP, dus ik heb er geen zin in. Ik wil alleen plassen en dan ergens naartoe rijden. Toch pak ik haar hand als mijn liefste me zachtjes mee naar binnentrekt. Er staat een energieke Nonna achter de toonbank die gevuld is met zelfgemaakte gerechten en achter haar een vijftal magnetrons. Dat is het concept: vers eten, goede gerechten en in 4 minuten ‘ping-klaar’. Ik word er niet blij van, maar opnieuw voel ik haar hand. Terwijl ik met gebaren en alle drie mijn Italiaanse woorden uitleg wat ik zou willen, zoekt mijn lief een tafeltje. De Nonna begrijpt me: ze pakt twee borden met een klassieke vakverdeling (als een fonduebord) en schept risotto met schaaldieren in het grootste vak, een schep doperwtjes met calamari in saffraan en in het laatste vakje een onbestemde bladgroente. Iets wat het midden houdt tussen andijvie, spinazie en snijbiet. Ik pak zelf twee flesjes uit de koelkast en met een kushand krijgen we na precies 4 minuten twee warme bordjes en een mandje brood op tafel. En dat is smullen! Onverwacht heerlijk zitten we eten en alle knorrigheid zakt uit mijn lijf terwijl we onder het toeziend oog van een muurschildering van de Pink Panter zitten te lunchen. Dikke prima en voor 28 euro uit en thuis. Dit is dus het geheim van Toscane: verwachtingen terug naar nul, tegen de weerstand in en je laten verrassen door de oprechte hartelijkheid en authenticiteit van de mensen. Ja, maar dat stond niet in de brochure…