Het geschenk van Toscane
Om met de woorden van Robert Langdon te spreken: “Tuscany is a gift … that I have yet to receive”.
Om met de woorden van Robert Langdon te spreken: “Tuscany is a gift … that I have yet to receive”. Nu sprak hij deze woorden over ‘faith’ in gesprek met de camerlengo, maar toch moest ik er vandaag voor een tweede keer even aan denken.
Nadat we met gevuld buikje de auto terugvonden, gingen we met hernieuwde moed op pad naar Pitigliano. Het was ons aanbevolen door de jongedame achter de receptie en ik had daar weken geleden al een prikkertje in de kaart gezet. Dus: de moeite waard om te gaan bekijken.
De rit naar dit historische stadje is mooi, langzaam ontspannen we op de bochtige wegen die geleidelijk de bergen in gaan. Onderweg zien we een bijeneter, twee rode wouwen en zwart/grijze bonte kraaien. Die bonte kraaien brengen me altijd terug naar het park in St. Petersburg waar we samen in 2018 waren en het gedicht dat ik meer dan 10 jaar ervoor schreef:
ik wilde alleen
als kraaien in de stad
samen met jou
de straten vliegen
de weidse ruimte
van het Lubjankaplein
met Feliks Dzerzjinsky
- dat dan weer wel -
zal niemand ons zien
en zijn we samen hier
door de wind gedragen
in zwart en grijs
Het gedicht gaat voor mij over een heimelijk verlangen om echt vrij te zijn, maar dan samen met iemand. Een geliefde die met mij de ruimte zou willen zoeken. Alleen plaats ik het in Moskou, in de periode voor 1991, omdat toen het beeld van de voormalige FSB-directeur nog op het plein stond. Veel mensen hebben een ‘Golden Age’ een periode of plaats waarvan ze denken dat zou zouden willen beleven. Voor mij is dat Moskou in 1953, de periode net na Stalin. De film ‘Midnight in Paris’ gaat over dit fenomeen en is een echte aanrader. Wij kijken hem zeer regelmatig.
Altijd denk ik eraan als ik bonte kraaien zie. Hoe anders is mijn leven nu: alles wat ik verlang is binnen handbereik en in deze tijd.
Pitigliano is een pareltje in de heuvels van Toscane. We zien het stadje bovenop een bergrichel liggen als we een bocht doorkomen. Behendig parkeer ik de auto en we gaan de stad in. Er zijn wel wat toeristen, maar het is zeker niet druk. De lucht is strakblauw en de herfstzon laat de thermometer net de 23 graden aantikken. Het licht voelt als koperkleurig fluweel er staat weinig wind. De winkeltjes met handwerk en wijn zijn aanwezig, maar niet schreeuwerig. Een paar terrasjes, een handvol mensen die met hun laatste korst hun bord van de lunch schoonvegen. Het is er vredig en stil, voelbaar van alle tijden tussen het jaar 1500 en nu.
Het stadje wordt ook wel ‘Klein Jeruzalem’ genoemd vanwege de ruime Joodse gemeenschap en de grote synagoge in de oude stad. Daar staan dan wel twee grimmige militairen voor de deur als teken van deze tijd. Ik knik vriendelijk naar een van hen, maar mijn gebaar valt dood in zijn vlakke ogen.
We gaan (voor het eerst) een Italiaans ijsje eten. Dat doen we dan niet uit zo’n druipende, kleffe koekhoorn, maar uit een coupe die groot genoeg is om als prijs uit te reiken na een grand prix. Iets overdreven, maar een royale coupe wordt gebracht door de dame die het zelfgemaakte ijs gul heeft opgeschept. Living the life.
Zo zien we dat na de ochtend die (op z’n zachts gezegd) wat tegenviel, de middag juist heel veel moois bracht. De lunch, dit stadje, het prachtige weer. Het voelt als een geschenk, het geschenk van Toscane.
We moeten gewoon de plekjes opzoeken die niet te druk en authentiek zijn, plaatsen die veel ruimte laten voor de verbeelding. Toscane is niet makkelijk geweest voor ons, we hadden gewoon iets meer tijd nodig om te wennen aan deze streek.
Waar we niet aan wennen is het weggedrag van de lokale mensen. Ze hebben hier een kort lontje in het verkeer, nemen voorrang (ook als ze dat niet hebben) en hebben het bumperkleven tot kunst verheven. En dan over de doorgetrokken streep inhalen, ver voorbij de maximale snelheid. Het liefst nog een stuk van een verdrijvingsvlak meenemen en horken met handgebaren. Niet mijn stijl, maar ik blijf er onverstoorbaar onder.
Terug bij de B&B hebben we wel besloten het verblijf te beperken tot twee nachten. Morgen gaan we nog wel andere plaatsen bezoeken rond Sienna. Pas dan gaan we bepalen waar we die avond gaan slapen, dus dat vindt mijn reisgenote een tikkie spannend. Nog niet weten.
Ik niet, er is hier zo veel mogelijk qua verblijf. Als we niet in een van de honderden B&B’s terecht kunnen zoeken we een hotel met zoveel mogelijk sterren. Lukt altijd! (famous last words)
Terwijl we op het terras toast, kaas, fruit en rauwkost zitten te knagen kruipt er een rat boven ons hoofd over de rieten zonwering. De schouders gaan weer een beetje omhoog en we weten het zeker. Morgen een ander bed, een ander uitzicht en een plek met veel licht en ruimte.