De regen in Haugesund

~We laten Noorwegen achterons als we langzaam de haven uitvaren~

De woeste nacht voorspelde wel iets van het weer in Haugesund. De ochtend begon met een stukje vertraging: door de harde tegenwind waren we iets later in de haven. Maar dat was duidelijk geen probleem, want het regende en wij houden er niet zo van om in de regen te lopen. Op zich zijn we dol op regen, maar niet om lang in te lopen. Tenzij je je er helemaal aan overgeeft.

 Het was 1981 en ik fietste dagelijks naar de HAVO in Oud Beijerland. Dat was 10 kilometer en de polderweg en dijken boden weinig beschutting. Als het dan regende, dan was je echt aan de beurt. Op de weg terug naar huis fietste ik in Zuidwestelijke richting, vaak tegen de wind in, vooral als het regende. Een regenpak ging plakken en je werd toch altijd op mysterieuze wijze nat. Daarbij zag het er ook niet cool uit, weg dat ding.
Spijkerbroek, parkajas, zakje vijgen van de kaasboer. De Langeweg, Oud Cromstrijensedijk, Scheidweg, Bommelskousedijk en dan de Middelsluissedijk westzijde. Thuis, kleren uit, wat warms aan. Je koude benen op de wc-bril, handdoek door m’n haar en een kop thee voordat ik aan m’n huiswerk begon.

Op een wonderlijke manier trekken mensen vaak hun hoofd tussen hun schouders als het regent. Dan word je net zo nat, ziet er alleen een beetje pathetisch uit. Ik stak vaak mijn neus in de lucht, volledig in het besef dat ik toch wel nat zou worden. Niemand loste het voor me op, ik kon alleen maar accepteren en denken aan dat kopje thee.

 Zo liepen we Haugesund in. Het was pas na de lunch en het stopte langzaam met regenen. Bij ons schip ligt een enorm olieplatform in aanbouw. Het terrein ernaast bezaaid met de delen van leidingen die klaarliggen voor montage. We lopen over een hoge brug en komen in het plaatsje aan dat op geen enkel punt verrast. Prachtige houten huisjes, winkelstraat gedomineerd door horeca en souvenirs en een gesloten museum. Het geheel mist een beetje gezelligheid. Dat is niet alleen een woord dat in geen enkele andere taal bestaat, maar het lijkt ook wel alsof het principe van ‘gezelligheid’ nog geen gemeengoed is in andere landen. Hier in Noorwegen in ieder geval niet.
Het kerkje daarentegen is echt fraai, maar eveneens gesloten op deze dinsdagmiddag. Het geeft niet, de zon breekt door en we maken weer even lekker wat stapjes. Souvenirs gekocht en toch gevallen voor een mooie Noorse trui. Die zijn hier echt schreeuwend duur (200-350 euro), maar deze was redelijk geprijsd en een mooi authentiek patroon. Heel leuke winkel met klederdracht, fournituren en een stoere Noor die zich al verbaasde over al die Amerikaanse toeristen. Bij het woord ‘cruiseschip’ zag ik heel wat kwartjes vallen. Hij was trots op het familiebedrijf van zijn ouders en bedankte ons hartelijk voor de aankoop.  

We laten Noorwegen achter ons als we langzaam de haven uitvaren. Vanaf onze tafel in de Pinnacle Grill zien we traag de laatste rotsen en eilandjes van Scandinavië uit beeld glijden. We hebben een heerlijk diner met fijne bediening van YanYan … en toch maar een glaasje wijn. Het toetje is in mijn geval een TOET, want de Bomb Alaska was ginormous. Maar wel heel lekker. En straks? Een kopje thee, ik kijk er nu al naar uit….

Vorige
Vorige

Op pad met de vogelaar

Volgende
Volgende

Onweer is ook weer