Op pad met de vogelaar
~met een warme hand nemen we afscheid van Glen. Als we terugkomen zien we hem opnieuw. Dit eiland smaakt naar meer…~
Vandaag was de dag. Van heel de reis hadden we hier het meest naar uitgekeken: de Shetlands. We vreesden vertraging van de immigratiedienst en de tenders, dat bleek in de realiteit heel erg mee te vallen. We stonden om 08:00 uur gewassen en gestreken, gecontroleerd en wel op de kade bij de fontein.
Een man met muts, Shetland-trui, kijker en een grijs baardje komt met grote stappen op ons af en we weten direct: dit is Glen.
Ik had Glen gevonden omdat ik iemand vond die iemand kon aanbevelen die uiteindelijk het stokje moest overdragen aan Glen. Vogelaar, researcher, reisbegeleider en mooi mens.
We stappen in een gehuurde KIA en al pratend trapt hij het gas in. We zakken via de oostzijde van het eiland naar de zuidpunt en komen onderweg langs de mooiste plekjes en uitzichten. We zien tapuiten, wulpen, konijnen(!), bontbekplevieren, pony’s , zeehonden en graspiepers terwijl we over bochtige weggetjes rijden en stoppen aan het einde van een doodlopende weg.
Langs het pad loopt de klif vrij steil naar beneden en de noordse stormvogels zeilen op de wind langs ons heen, op een paar meter afstand. Langs schaapjes, hekje over en we klimmen een heuvel op. Bovenop twee kopjes boven het gras en kort daarna gaan ze op de vleugels: kleine jagers, in de lichte vorm. Wat een schoonheid! Even voor het complete beeld: een kleine jager is een grote roofmeeuw die zijn voedsel vooral van anderen afpikt. Dit doet hij door ze zo ‘op te pesten’ dat ze hun voedsel uit hun krop naar buiten kieperen. Een soort maaltijdgrabbelton voor bullies. De lichte fase heeft een charmant donker petje, is verder wit met bruin met gele accenten en een lange puntige staart. Een prachtexemplaar.
Ze vliegen rond ons hoofd als Glen langzaam naar het nest loopt. Ze voeren wat theater op en gaan met hangende vleugels een beetje lamlendig doen, in de hoop dat we hen achterna gaan in plaats van de eieren bedreigen. Twee groene gespikkelde eieren met onbegonnen leven, we laten ze snel met rust.
Een groepje fraters, of Twite in het Engels, zit op het pad. Nooit eerder gezien en een beetje in de categorie KBPV (klein bruin piep vogeltje). Dan zien we een grote jager zitten. En nog eentje. Zit hier gewoon een kolonie van een 20 paar grote jagers. Voor intimi: een slag groter dan de kleine jager, overwegend bruin en net zo grimmig in zijn voedselvergaring. Als we dichterbij de nesten komen worden ze narrig en vliegen steeds lager over ons heen met een ingehouden kèkèkègeluid. Het is niet ongewoon als ze naar je pikken of met hun vleugels naar je slaan, maar mijn vogelaarsvrouw stapt stoer verder en zorgt dat er altijd een camera tussen haar en al dit moois is. Deze vogels stralen iets van macht uit en zijn een van de weinige gevleugelde vrienden die mensen echt schrik aan kun jagen. Wat een ervaring.
Of we nog een paartje roodkeelduikers willen bewonderen? Ja, dat willen we.
Iets verder de heuvel op zien we de schittering van een meertje in de verte. Twee duikers, zeg maar, turbo-fuut met rode keel, steken direct hun kop op. Zij zien ons eerder dan wij hen, ze zijn heel schuw. Het zijn best mystieke vogels. In de winter wel te zien in Nederland langs de kust met een snavel die ietsje ‘opgewipt’ is. In de zomer, in hun prachtkleed, zijn ze prachtig grijs met een subtiele rugtekeningen een wijnrode hals. Ze gaan alert het water op en we laten ze verder met rust.
Hiermee was echt onze dag al gemaakt. Het was een stug stuk lopen over lastig terrein, maar het was zo de moeite waard. Alles wat nu nog komt is bonus. En dat werd een flinke bonus…
We rijden verder naar het uiterste zuiden van het eiland. Daar is een vuurtoren en grote kolonie aan zeevogels. In totaal zitten er meer dan 10.000 vogels. Zeekoeten, alken, drieteenmeeuwen, kuifaalscholvers, noordse stormvogels en vooral papegaaiduikers. Dat was een feestje voor de vogelaars en de fotograaf. Af en toe kwam er nog een grote jager voorbijzeilen of gaan Jan van Genten scherend over de golven op zoek naar wat lekkers.
Op een muurtje eten wij wat kleffe supermarkt-sandwiches en oploskoffie van Glen. Beste lunch van deze reis!
Af en toe komt er een flinke bui naar beneden, maar het maakt niet uit: we hebben de tijd van ons leven.
We rijden met een grote boog weer terug naar de boot. We komen langs Jarlshof, een plek waar al 4000 jaar mensen wonen. Eerst in de IJzertijd, de Vikingen, het Noorse rijk en vervolgens de Schotten. Iedere generatie heeft zijn stempel achtergelaten, in het gebouw zie je verschillende volkeren, tijden en stijlen samensmelten en over elkaar heen gebouwd.
Bij een binnenmeer maken we nog een kleine omweg. Wilde zwanen, watersnip en raven. Overal zien we raven. Dit is echt ons land, hier klopt het gewoon.
Met een warme hand nemen we afscheid van Glen. Als we terugkomen zien we hem opnieuw. Dit eiland smaakt naar meer…