Drie vissen
Making the infinite ocean my home!
Vanochtend op de rand van mijn bed keek ik uit over de ononderbroken horizon van donkerblauw onder een lichtblauwe hemel met ‘Hollandse wolkenlucht’. Jan van Genten, Noordse Stormvogels, Drieteenmeeuwen en Noordse Sterns geven het tafereel iets levendigs. Daaronder een extreem diepe zeebodem tot 1500 meter van de trog tussen Faeröer en de Shetlands. Juist die diepte en de mix van warm water van de Atlantische golfstroom die ‘botst’ met koudere golfstromen uit de poolstreek maken het bijzonder. Hierdoor komt er heel veel vis en ander leven voor en de walvissen en orka’s maken daar graag gebruik van. Niet iedere maag kan tegen de lange golven waar de Rotterdam op meebeweegt, maar voor mij voelt het wel gaaf om over zo’n geologisch fenomeen te varen.
Gek genoeg kwam het verhaal van de drie vissen in me op. Een fabel met vergelijkbare moraal als de drie biggetjes (nee, niet die van K3…).
Three Fish is het titelalbum van een gruizige grungeband met een paar leden van Pearl Jam. De verkoper bij Free Record Shop had het handig genoeg in het vakje van de cd’s van Pearl Jam gezet. Het zal 1994 zijn geweest, Zuidplein op een regenachtige middag in een weekend. Op basis van afkomst en belangstelling kocht ik de cd en daar heb ik nooit spijt van gehad. Er staan een aantal stevige nummers op, met rauwe teksten en nog lekker puur geproduceerd zonder te veel poetsmiddelen en filters. Opvallend genoeg is de cd niet op Spotify te verkrijgen, maar als je een ‘deep dive’ wilt nemen, zoek het op op Youtube. Daar staat de cd integraal op. Tussen de muziek staan drie poëtische stukken met alleen een eenvoudig akoestisch gitaartje waarin het verhaal van de drie vissen wordt verteld door een van de bandleden.
“De drie vissen zwemmen in een baai en zien een vissersboot in de monding van de baai verschijnen. De eerste vis, de slimste van de drie, doorziet direct wat er gaat gebeuren. Hij zwemt zo snel mogelijk de baai uit, passeert de vissers nog voor zij hun net hebben uitgegooid en is vrij.
De tweede vis (half-intelligent) bedenkt een list. Hij voorziet niet, maar anticipeert. Hij wilde de eerste vis niet volgen, want hij voelde zich zo vertrouwd in de baai. Maar nu de netten in het water liggen kan hij er niet uit en laat zich als een ‘dode vis’ naar de oppervlakte drijven. Een van de vissers ziet hem dobberen, tilt hem uit het water en gooit hem op het dek. De vis wacht even en als de vissers hun aandacht elders hebben, kronkelt hij zichzelf naar de rand en springt achter het net weer in het water. Hij ontsnapt en komt met de schrik vrij en gaat vervolgens op zoek naar de eerste vis.
De derde vis is te gehecht aan zijn vertrouwde omgeving, weigert te vertrekken en ondergaat zijn lot gelaten. Hij wordt uiteindelijk gevangen en terwijl hij in de koekenpan ligt heeft hij spijt: volgende keer doe ik het anders, dan doe ik als de anderen en houd ik rekening met de consequenties van mijn passiviteit. “Then I will make the infinite ocean my home…”
Juist die laatste zin spreekt tot mijn verbeelding, om de eindeloze oceaan te zien als je thuis. Niet de kleine baai met z’n vertrouwdheid, beslotenheid en verholen gevaar, maar juist de grote oceaan die zo bedreigend lijkt, maar oneindig veel vrijheid geeft. Juist het onbekende op te zoeken omdat je voorziet en voorbij je eigen horizon kunt kijken. Ja, daar krijg ik dan wel een warm gevoel bij. En dat daarna een nummer komt over een vermist meisje die aan de oever wordt teruggevonden met de regels: “And psychedelic, electric rain – it gently falls, through her brain”, is voor mij heel vanzelfsprekend. Daar ga ik echt op ‘aan’, call me crazy.
Maar de drie vissen, ik vraag me af, wie ben ik? Vroeger was ik echt de derde vis. Ik durfde niet van mijn plek te komen, verstrikt in een leven vol verwachtingen, uiterlijk comfort met een continue sfeer van angst en kramp. Tot ik mijn reis naar Siberië ondernam, toen koos ik juist wel de vrijheid van het onbekende, maar ik zwom toch weer terug de baai in.
Mijn meisje is nu echt zoals de eerste vis. Niet omdat ze risico’s neemt, maar juist omdat ze vaak al ver van tevoren ziet wat er gaat gebeuren. Als ik heel eerlijk ben, dan heb ik toch meer van de tweede vis. Ik lijk iets minder bezorgd, omdat ik vertrouw op mijn improvisatievermogen en op het herkennen van kansen. Te vaak kwam ik daar goed mee weg en dat leidt dan tot een soort nonchalance. Het is wel goed ‘in het moment’, maar niet altijd even duurzaam.
Als symbool van mijn bedrijf koos ik de vliegende vis. Sterker nog, de afgelopen maanden heb ik het in albast gemaakt bij het beeldhouwen. Dat was een heel proces van ideeën vormen, onnodig compliceren en het bijstellen van het ontwerp. Nu is het af, maar wacht nog geduldig in een kistje op een plek in het grotere geheel.
Ik voel me als een vis in het water en sla dan mijn vleugels uit, zie een dimensie die voor andere vissen onbereikbaar blijft en plons dan ergens anders weer in water waar ik me thuis voel. Die vleugels zijn in feite over-ontwikkelde voorvinnen en maken het een uitzonderlijk diertje. Dat sluit goed aan bij mijn werk, want ik heb een geheel eigen werkwijze en voel me in zeer verschillende wateren op mijn plaats, maar het is ook wel van toepassing op mijn persoonlijkheid. In het geval van de vissers in de baai zou ik vertrouwen op mijn vleugels. Ik zou in het voorbijvliegen even zwaaien naar de opengevallen monden en achter het net met een sierlijke plons weer onderduiken. Making the infinite ocean my home!