Gouden randje

Een dag zonder bootexcursie, maar met een gouden randje

De nachten blijven licht en onrustig. Het doet iets met je bioritme als het ’s nachts niet donker wordt. We hadden de balkondeur op een kier staan, waardoor de ferme noorderwind de kamer vulde met zilte, koele lucht. Dan doe je geen gordijnen dicht, want dan ben je een deel van het effect kwijt. Ja, dan is het wel licht…

Rond 6 uur was het ok wel mooi geweest, we gingen vroeg (07:45 uur) verzamelen om op excursie te gaan. Dan haal ik even koffie bij de The Dutch Café op dek drie en een lekker ontbijtje met yoghurt, vers fruit, volkoren dingetjes, noten en zaden op dek 9. Terug op de kamer kwamen de eerste kleuren van IJsland ons beeld binnen. Stukken donkergroen, bruingrijze rotsen en hagelwitte sneeuw. De lucht is nog wollig grijs, het regent een beetje. Ik wilde het even vastleggen en stond over de reling gebogen terwijl er links van me, net buiten mijn blikveld een opvallend geluid echode in het fjord: PFFFSSSHHHT!

Een walvis, ik wist het meteen, onmiskenbaar. Ik zag nog net zijn rugvin glanzend onderwater verdwijnen. “Lief! Walvis!” en zij was al in haar ondergoed de camera aan het pakken. Een stukje verderop kwam hij met zijn bek uit het water, happend naar krill en een grote kring in het water achterlatend. En nog een keer, en nog voor een laatste keer voordat hij achter het schip verdween, zwemmend naar open zee. Een foto is het niet geworden, een blijvende herinnering wel. Deze dwergvinvis (Minky Whale) was de eerste en hopelijk niet de laatste van deze reis.

 De tenderservice naar Seyðisfjörður was verliep soepel. In kleine scheepjes werden we in groepen van maximaal 75 mensen van het schip naar de wal gebracht. Daar was er wat verwarring over onze excursie, maar we gingen uiteindelijk met 45 minuten vertraging toch op pad met twaalf gasten in een minibus. Opvallend: terwijl we op de bus stonden te wachten reden onze lieve vrienden Paul en Janet met de camper langs onderweg naar hun ferry terug naar huis. We hadden ze graag even een dikke knuffel gegeven, want zij hebben er een hele reis opzitten. We zien ze snel thuis weer!

De route naar ons haventje was 90 minuten, maar prachtig. IJsland is zo onwerkelijk mooi. Desolaat, ongerept, besneeuwd, ruig en beeldschoon. We zagen onder meer een stel Kleine Jagers die daar gewoon broeden in een toendra-achtig stukje vlak achter het zwarte strand. In het haventje zouden we een snelle rubberboot pakken op zoek naar walvissen, maar dat ging helaas niet vliegen. De wind was te sterk, de golven te hoog en de kotsbakjes niet in voldoende mate voorradig. Wel konden we het beroemde ‘Puffin Island’ bezoeken. Een stevige kleiberg met honderden holen waar de papegaaiduikers ieder jaar komen broeden. Dat leverde natuurlijk eindeloos veel prachtige foto’s op, al moest de fotograaf van dienst af en toe even slikken omdat ze haar grote camera had achtergelaten in de hut. Die kon niet mee op de snelle RIB boot, maar had prima even in de bus op ons kunnen wachten. Maar de compacte variant was zeer doeltreffend. Verder zaten er veel Eidereenden te broeden, Zwarte Zeekoeten, Noordse Stormvogels en een Kleine Burgemeester. Dat was een eerste keer voor mij. Het is te vergelijken met een Zilvermeeuw, maar met een ronder kopje en geen zwarte vleugelpunten. Vroeger heb ik wel eens de Grote Burgemeester gezien, dat is echt een lel van een beest met een venijnige kop. Zijn kleine broer was een ‘lifetime first’.

 We hebben nog even wat souvenirs gescoord, dat doen we eigenlijk altijd, ter versteviging van de lokale economie. Daarna was er een lunch in een lokaal restaurant en daar met afstand de lekkerste vissoep sinds jaren gegeten. Lieve mensen ook, die IJslanders. Lekker puur, rafelig randje, maar mooie koppen en opvallend benaderbaar. In vergelijking met de Noren zijn dit wel mensen waar ik me makkelijker toe verhoud.

Op de terugweg heb ik me zitten vergapen aan het fraaie landschap en de vogels die hier broeden. Het zijn soorten die bij ons schaarse doortrekkers zijn of dwalende wintergasten. Tijd voor een lijstje? Wilde Zwanen, Koperwiek (ook zingend), Watersnip, Houtsnip, Raaf, Tureluur, Grutto, Dodaars, Grote Jager en….Rosse en Grauwe Franjepoten! Die had ik nooit in prachtkleed gezien en dat zijn een beauty’s (zoek maar op als je nog 2 minuten extra hebt). Het zijn kleine steltlopers die in ondiepe stilstaande poeltjes voedsel zoeken en al hun kleuren er met de rui uitgooien voor ze naar het Zuiden trekken.

Op de terugweg hebben we nog even een kijkje genomen bij de Gufuvos, de stomende waterval. We zijn in het dorp uitgestapt en nog even de blauwe kerk, de pittoreske huisjes bekeken en over het regenboog-pad richting de tenderkade gelopen. Prachtige blauwe luchten, overal watervallen, zeelucht en weidsheid. Bestaat de hemel dan toch?

Terug op het balkon zitten we de foto’s uit te zoeken en deze woorden bijeen te ratelen. Kijk ik even op naar ‘die bruinige meeuw’ in de verte: zit er gewoon een Kleine Jager vlakbij het schip op het water. Een dag zonder bootexcursie, maar met een gouden randje.

Vanavond eten we in Tamarind, want dan is een Japanse chef aan de beurt zijn kunsten te laten zien. Nu al zin in!  

Vorige
Vorige

Hoe een dag de mist in ging

Volgende
Volgende

Zeerust