Je kunt de man wel uit Rotterdam halen….

~Rotterdam zit nog steeds diep in mij, en dat is gers. Echt wel ~

Maar Rotterdam niet uit deze man. Zoveel is duidelijk.

Ik voel het al als we voor de Brienenoord de snelweg afgaan en de langs mijn oude school rijden. De Hogeschool die later mijn opdrachtgever werd en waar ik met een mengeling van buikpijn en victorie op terugkijk: als student geen succes, als recruiter met schwung heilige huisjes omver gekegeld en goede dingen voor elkaar gekregen. De Maasboulevard met de glanzende rivier, de vergane glorie van Tropicana, de Oude Haven, de artistieke Erasmusbrug naar Zuid. Het voelt allemaal zo vertrouwd. Over iedere kilometer kan ik een hoofdstuk schrijven.

Dat wordt alleen maar sterker als we vanaf de reling de stad bezien.

Het was 1989 en ik was ‘het huis uit’ en woonde aan de Dordtselaan 127b. Mijn eerste baan achter me gelaten en bij mijn schoonvader gaan werken in de Rotterdamse transportsector. Daar leerde ik snel en veel, vooral over de logistieke uithoeken van de stad. Hij sprak, tot mijn wanhoop,in termen van ‘waar vroeger douanesectie 4 kantoor had’ en ‘waar Cornelder eerst zat’.

Terwijl de Euromast langzaam rechts het beeld uitglijdt betrap ik mezelf op “kijk, hier zat vroeg Van Gendt & Loos! Nu appartementen.”

En al die andere namen, de straten, de bedrijven, de terminals...ze zaten gewoon in me. Als een slapend zaadje in de woestijn kwamen ze weer tot bloei met dit Maaswater. “Hier loopt de Maastunnel onderdoor, de molens van Delfshaven, de stokerij van Nolet”

Veel van die plaatsen ken ik vanaf de landzijde. Maar belangrijker nog, ik heb ze ervaren. Ik heb de voetgangerstunnel on de Maas een keer gelopen met mijn pa, omdat hij als net-gescheiden-vader ook niet wist wat hij moest met die kinderen. Voor Nolet verscheepte ik Wodka naar Rusland in 1993, bij de EMO ertsoverslag bracht ik documenten, de Maasvlakte met z’n uitgestrekte ‘deep sea’ terminals waar de allergrootste containerschepen gelost werden. Sectie 24 van de douane. Zelfs de lelijkheid van de Botlek voelt wel als bedrijvigheid en nostalgie. Stiekem lekker om langs te varen, al zou ik er voor geen goud willen wonen.

Recenter was ik in de oude villa van Wilton, op de punt van de dokhaven van Damen. Een klant, een aanvraag, een plaatsing, maar vooral een historie. Mijn ouders komen allebei uit Schiedam en daar was ‘zo rijk als Wilton’ een staande uitdrukking. “Ja daaaag, ik ben Wilton niet. Ga er zelf maar voor werken…” Die villa is nu een kantoorpand met maar viermedewerkers, oud geld, onderhouden door de verkoop van onderdelen aan Taiwan voor twee onderzeeërs van de Walrus-klasse. Die villa was in de oorlog hoofdkwartier van de Duitsers en het terrein ernaast is omgeven met een veelheid aan volksmythen. Nu varen we erlangs. Of vaart het langs mij?

Het is alsof 35 jaar persoonlijke geschiedenis aan me voorbijtrekt. Een oud decor, vanuit een heel nieuw perspectief met andere ervaring, jaren van afstand en een gevoel van erkenning: Rotterdam zit nog steeds diep in mij en dat is gers. Echt wel.

Vorige
Vorige

 Nacht aan boord

Volgende
Volgende

Eerste uren