Het fraaie Frankrijk

~we hebben alleen elkaar maar nodig, dat is wat we keer op keer bevestigd krijgen, we hebben het samen zo goed ~

Veel mensen vinden Frankrijk wel een mooi land, maar, voegen ze er dan aan toe: “Wel jammer dat er zoveel Fransen zijn…”

Nou, als vrije variant daarop: Holland America is wel heel veel Amerika. En die Amerikanen zijn vervolgens wel weer heel veel, als in: heel groot, heel herkenbaar en heel aanwezig. De Hollanders steken er wat bleekjes en bescheiden bij af en daar is wat geweld voor nodig - normaal gesproken.

 Vanochtend was het heel druk in de ‘Dining Room’. Er was een brunch en dat leek ons prima. Maar er stond een lange rij en er was alleen een tafel voor ‘shared’, wat zoveel betekent als: er komen twee wildvreemden aan tafel zitten. Dat kunnen een Gert Jan en Riet zijn, maar, erger nog, ook twee van die breed-bek-Amerikanen. Nee, dat doen we dus niet. Eten is ook niet zo belangrijk dat je daarvoor in de zenuwen gaat zitten. Een kunstmatig gesprek op gang brengen, een ongemakkelijk zwijgen, een functioneel negeren en gewoon samen in je eigen taal gaan zitten kletsen. Geen hap, no can do.

Dus schoven we aan bij het Lido Restaurant. Een enorme eetzaal met een geweldig buffet waar allemaal koks live staan te koken ‘to order’. Van pannenkoeken, eitjes, Engels ontbijt tot wafels. Alles aan fruit, yoghurt, twaalf soorten cereal noem maar op. Alleen, net als in Frankrijk: jammer van de Amerikanen...

Je kunt er over de hoofden lopen, vrijwel alle tafels bezet, te druk in het wandelpad en een lawaai dat die mensen maken!

 Een tafel naast ons wordt door vier Amerikanen bezeten die wat moeizaam kennismaken. De misselijke geur van Trump-verderf drijft onze kant op als blijkt dat twee van hen uit Wisconsin komen. Al snel draait het onderwerp naar hoe goed, hoe ver en hoe duur ze op vakantie gaan. Een gebrilde kenau slaat de trom. Met haar roeptoeter schettert ze zo hard en snijdend dat verderop aan het zwembad het bier doodslaat. Haar staartjes zitten zo strak dat ze haar scheur nog verder open kan trekken en terwijl ze met haar frequentie onze croissants verpulvert zie ik mijn disgenoot steeds kleiner worden. In de korte adempauze probeert ze te vertellen dat ze gek wordt van dit geloei. Ik probeer te zeggen dat we ook elders kunnen gaan zitten tot haar cirkelzaag er weer doorheen knerpt. We doorstaan de storm en komen wat gedesoriënteerd van tafel.

Als we na een koffie ‘to go’ en wat broodnodige frisse lucht weer naar binnen lopen, zit diezelfde Karen in de pianobar een vergelijkbaar niersteen-vergruizend monoloog te houden aan mensen die mentaal al lang zijn uitgecheckt. Wat kan je doen? Ver weg vandaan blijven.  

En als je erop gaat letten is het niet alleen het overgewicht wat de Amerikanen kenmerkt. Een doffe blik, een lichtgrijzige huid die geen daglicht, alleen het licht van de tv heeft gezien en vale, kleurloze kleding. Vaak waggelend van het ene op het andere been, al dan niet gesteund door stok, rek of partner die ook niet zelfstandig kan staan. En dan heb ik het niet over de ouderen.

Voor de lunch namen we een tweede aanloop, maar dat was een nog grotere heksenketel. Dus lekker twee salades en een beetje kaas op toast op de kamer laten brengen. Met uitzicht op Jan van Genten en Noordse Stormvogels (ook de donkere fase hier!). Kijkertje erbij, kopje thee, Rob Stenders op de radio en het leven is weer onwaarschijnlijk goed. We hebben echt alleen maar elkaar nodig, dat is wat we keer op keer bevestigd krijgen. We hebben het samen zo goed!  

Vorige
Vorige

Goede keuzes, geduld en geluk

Volgende
Volgende

 Nacht aan boord