Droomwandelen in de harde realiteit
~Mijn ogen vallen langzaam dicht, voor een droom van een stad waar ik nog niet was …~
Ik droom veel en veelzijdig. Soms over onzinnigheden, onmogelijkheden of onzedelijkheden, maar veel vaker over vreemde steden. Steden die ik niet herken, waar ik loop door onbekende straten en mensen ontmoet die ik niet kan plaatsen. Het komt voor dat er gesprekken in het Russisch plaatsvinden, dat ik me meng in groepen waar ik me onwaarschijnlijk thuis voel of in situaties terechtkom die ik niet had kunnen verzinnen.
Vandaag voelde het weer zo, terwijl we de boot aflopen en langs het station bij een brug komen, voelt het als een droom. Hier was ik nog niet eerder, maar ik ben er nu. Ik ken hier niemand en toch ben ik volledig vrij om te gaan en te doen, te laten of te zwijgen. Langzaam komen alle beelden en indrukken tot me, alsof ik vertraagd de zee van beelden inloop tot ik kopje onder ben. Mijn huisfotograaf legt me vaak vast op dat soort momenten: kin naar voren, hoofd een beetje schuin, handen in mijn zakken. Gedurende zo’n wandeling door zo’n stad ben ik mijn tank aan het vullen. Binnen no time heb ik de plattegrond in mijn hoofd en lopen we soepel naar de plekken die we willen zien. Ik teken ze in op mijn geheugenkaart en laad de beelden, gecategoriseerd op tijd en plaats. Die gaan er niet meer vanaf, mooi voor nu, prachtig voor later.
Zo kwamen we bij een heerlijk restaurant. We gingen redelijk intuïtief om met de lunchplanning, maar mijn lief zag een zwarte luifel met de letters TAG erop.
Een warm welkom van een blonde Noorse jongedame die met wat handen en voeten de Noorse menukaart duidde. We kozen goed: hertenbiefstuk op risotto en vis op gekookte aardappels met bimi en palmkool voor mij. De basis is al heel goed, maar de kok maakte er echt een spektakel van. De kruiden, de saus, de salade maakte het geheel echt tot een culinaire verassing van grote klasse. Met afstand de beste maaltijd sinds lang (buiten de deur tenminste).
Op de terugweg nog even een muts gekocht. Blijkt er in die winkel de grootste muts rond te lopen van de wijde omtrek. Met een stem als een scheepstoeter staat ze een ander (in rolstoel) alles te vertellen over wat erop de planken staat. Alsof dat mens blind is en zwakzinnig. Flauwe grapjes, grove commentaren en zinloze beschrijvingen schelde door de winkel, terwijl niemand van haar gezelschap daarop leek te reageren. Zij waren al lang afgehaakt er en realiseerden zich dat ze nog minimaal 10 dagen met die muts opgescheept zitten. Waarschijnlijk veel langer… De populistische spruitjeslucht hing als een vette walm om hen heen, als vleesgeworden doorgebakken bamiballen. Midden in het gangpad, zonder enig besef van hun omgeving of de afgrijselijke impact die ze daarop hebben. Een krater van narigheid. We trokken steeds dieper ons hoofd tussen de schouders, in de hoop dat niemand ons zou herkennen als Nederlanders. Wat een tokkie-volk, hoe komen die in godsnaam aan boord en zou iemand ze missen als ze nog voor de Poolcirkel zouden uitstappen?
De rust en vrede van ons samen daalt weer over me neer als we met een hagelbui als vaarwel weer aan boord gaan. Samen zitten we aan de warme choco, terwijl een saxofonist een loopje voor de vijftigste keer in het spiergeheugen van zijn vingers probeert te krijgen. Nu het landschap weer rustig aan ons voorbijglijdt en wij net voor ruim 1000 kilometer onderweg zijn naar de Noordkaap, ontspant mijn lichaam. Mijn ogen vallen langzaam dicht voor een droom van een stad waar ik nog niet was…