Het heeft er altijd ingezeten
~Omdat we wisten dat het er altijd heeft gezeten en alleen maar de rest los hoefden te laten~
Deze regel in de beeldhouwkunst wordt toegeschreven aan Michelangelo Buonarroti - wie kent hem niet? Het beeld zit al in het blok graniet, je hoeft de rest alleen maar weg te halen.
Op zich een mooi filosofisch standpunt en op vele situaties toepasbaar. De aanleiding vandaag was het prachtige werk aan de gargoyles van de kathedraal. In het museum stonden de originelen verweerd en beschadigd, terwijl ze 100 jaar geleden dienden als model voor de vaklui die de kerk restaureerden. De fraaiste exemplaren zijn op sokkels tentoongesteld, de minder fraaie liggen op een stapel. Zo gaat het overal. Toch zitten ook in die gevallenen dagen, soms weken aan werk. Alles met de hand, hamer en beitel. Schuren, zagen, polijsten. Sommige werken zijn aan de binnenkant hol, of hebben schijnbaar ‘linten van steen’ die samen een strik vormen. Maanden moet dat hebben gekost en jaren om het te leren. Alleen perfectie was goed genoeg voor deze kathedraal.
Je krijgt een stuk steen op je werktafel, om het dan te zien, wat je weg moet halen om het beeld te bevrijden…alles wat je weghakt is eraf. Geen weg meer terug, geen tweede poging.
In menselijke relaties is dat allemaal wat meer organisch. Soms vliegt er een scherf af, maar dan kun je op die plek weer iets mee kneden met liefde en aandacht. Je kan hier en daar iets laten groeien of juist laten afvlakken. Soms is er een deuk en een kras, maar zelden onherstelbaar. Alleen moet je wel zien wat erin zit, je moet wel kunnen visualiseren waar je uit wil komen samen. Soms ligt dat zo ver uit elkaar dat je dat beter kunt erkennen. Toch een kabinet vormen samen; een kansloze missie omdat iedereen op elkaar inhakt zonder consensus over een gemeenschappelijke vorm.
Kinderen krijgen vanuit hun opvoeding ook een basisvorm mee. Het is al wel een richting van wat het zou kunnen worden, maar er kan nog van alles mee gedaan worden. Vanaf een bepaalde leeftijd gaat een jongvolwassene zelf de vorm bepalen. Dan worden verschillende beeldhouwers even ‘een tandje terug gezet’ en hooguit gevraagd af en toe de bezem te pakken. Laat het maar worden, laat het maar zijn. Ook voor beeldhouwers is het moment van stoppen het lastigste te bepalen. Wanneer heb je genoeg gedaan, wanneer te veel?
Al jaren zijn we van plan zelf eens iets te gaan doen met beeldhouwen. Vooral mijn lief is daar al lang mee bezig in gedachten. Onder het motto: ‘niet uitstellen maar doen’ gaan we daar eens een vehikel voor zoeken. Dat doe je echt niet alleen op je zolderkamer, de techniek moet je leren. Je moet ook leren voelen, leren zien wat er in die steen zit. Daarbij heb je het vertrouwen en het visualiserend vermogen nodig om die vorm eruit te halen. Geduld heeft zij veel meer dan ik, voor de rest zijn we beiden blanco. Al hebben we samen wat afgebeiteld in de afgelopen jaren, met bloed zweet en tranen. Nu hebben we samen een vorm gevonden die ons helemaal past. Omdat we wisten dat het er altijd in heeft gezeten en alleen maar de rest los hoefden te laten.