Een beetje liefde nodig
~Gezichten getekend door de elementen, de hardheid van het leven. Ook zij hebben liefde nodig en krijgen dat honderd jaar later in de vorm van erkenning, waardering en bewondering voor hoe zij met de natuur leven~
Tromsø is een stad waarvan de superlatieven over elkaar heen buitelen. ‘De mooiste stad binnen de poolcirkel’, ‘het Parijs van het Noorden’ en ‘de meeste houten huizen in Noorwegen’. We hebben het eens van dichtbij bekeken en concluderen dat de stad een beetje liefde nodig heeft.
Noren zijn echt hele leuke en lieve mensen: open, hartelijk en ze stralen een soort positieve energie uit. Tromsø heeft alle ingrediënten voor een fantastische stad: het ligt aan het water, omringd door besneeuwde bergen en heeft midden in de stad een leuke haven met een wandelgebied eromheen. Terrasjes, een paar koffiehuisjes en daarachter een winkelstraat met veel outdoor-kleding, fastfood en slow coffee. Maar…
Tussen de elegante houten huizen, met broedende meeuwen op het dak, staan oerlelijke gedrochten van gebouwen. Het lijken wel Borg-ruimteschepen uit hun eerste periode: zwart, sinister, metalen panelen, kleine ramen. Pleinen liggen open alsof er net een bom is ingeslagen en de straten die in andere steden zo netjes zijn, liggen hier bezaaid met afval, Burger King bekers, zelfs halflege flessen drank. En dat laatste is een kostbaar geintje, want alcoholisme is een hele dure verslaving in Noorwegen. Toegegeven, de stad komt net tevoorschijn na een lange periode met sneeuw, maar dan nog. Gewoon een beetje liefde.
Die liefde zien we wel in de kneuterige musea die we bezoeken. Er is echt een gevoel van trots op hun Sami-cultuur. Via een onooglijke toegang komen we een gebouw binnen waar we eerst drie trappen op moeten. Zelf een kaartje kopen en scannen, geen hond te zien. Maar binnen is het een lekker rommelig museum, ongehinderd door structuur of duidelijke routing. Ook heldere informatie blijkt misbare franje, het draait vooral om voorwerpen uit een periode waarin mensen dichtbij de natuur leefden. Gereedschappen, oorspronkelijke kleding en manieren van jagen en vissen vormen de rode draad van deze verzameling. Een lief, lokaal en waardevol museum met cultureel erfgoed waar men terecht trots op is.
Een museum ernaast heeft eenzelfde gevoelswaarde. Opvallend genoeg is hier ook de ingang nogal ingetogen. Dichte houten deur, met het dringende verzoek niet met ‘spikes’ binnen te komen omdat de spijkerschoenen krassen maken op de vloer. Wat zegt dit over de Noren? Je komt alleen maar binnen als je echt moeite doet om de ingang te vinden en je bent welkom als je een beetje rekening houdt met alles. Heel simpel eigenlijk…
Hier in dit museum draait het vooral om het vissen, de jacht en de ontdekkingsreizigers die de Noordpool hebben bedwongen. Walvisvangst is voor de Sami een manier om te (over)leven. De Hollanders die na de 18e eeuw hiernaartoe kwamen om alleen de kostbaarheden uit het dier te spitten en de rest lieten rotten op de kade verdienen dan weer niet mijn waardering. Okee, voor jonge mannen om in kleine bootjes de ijzige zee op te gaan om met harpoenen de enorme dieren te vangen, getuigt wel van moed en gebrek aan doodsangst. Toch hadden ze hier niets te zoeken.
We nemen de bus naar de moderne kerk aan de overkant van het water. Prachtige architectuur, indrukwekkend glas in lood en opnieuw een fijne sfeer binnen. Veel Noorse kerken hebben dat: ze zijn open, sober en voelen huiselijk. Zo ook een houten kerkje in het stadje. Deze moderne kerk heeft een zevenarmige kandelaar met kaarsen in de regenboogkleuren. Inclusiviteit als religie. In een van de musea zagen we in de giftshop een doosje pillen met als werking: hoe je gay kunt worden in 2-1-3 tellen. Vond ik aardig, een beetje satirisch tegenwicht tegen de conservatievelingen die homoseksualiteit zien als een ziekelijke afwijking.
We lunchen op een terras aan de haven waar ABBA schettert over de boulevard. Dat kunnen we niet weerstaan en eten een heerlijk broodje garnalen en mosselen. De ober loopt zich rot, hij staat alleen en als er dan twee cruiseschepen aankomen, heb je geen tijd voor wat dan ook. Hij heeft ook een beetje liefde nodig.
We sluiten ons bezoekje af met een bezoek aan een Sami-giftshop. Een hoogblonde tiener zit verveeld op haar telefoon achter de toonbank. Er klinkt moderne muziek, maar in de Sami taal. De planken liggen vol met ‘made in China’, maar ook enkele oorspronkelijke dingen waar reisgenoot J als een blok voor valt. Die gaan mee. Even denk ik aan die geharde gezichten van de Sami die ik zag in het museum. Jagers, vissers, een moeder met een kind in een hangend wiegje: ze kijkt dwars door je heen. Gezichten getekend door de elementen, de hardheid van het leven. Ook zij hebben liefde nodig en krijgen dat honderd jaar later in de vorm van erkenning, waardering en bewondering voor hoe zij met de natuur leven. Dat is voor de westerse moderne mens misschien wel nog belangrijker dan een beetje liefde….